![]() |
||||||
| home hoofdstukken archeoregio's periodes thema's links | ||||||
De leeswijzer |
|
In ieder hoofdstuk van de NOaA wordt in principe een onderscheid gemaakt tussen
Niet ieder hoofdstuk van de NOaA leent zich voor deze ordening. Dit geldt met name voor de hoofdstukken waarin een specifieke onderzoeksmethode centraal staat, zoals archeologische prospectie of luminescentiedatering. In die gevallen is gekozen voor een andere indeling.
Ad 1 Inleiding m.b.t. de stand van onderzoekIn het inleidende deel wordt aandacht besteed aan de onderzoeksgeschiedenis en de huidige stand van onderzoek. Het beschrijft in het kort de thema’s die in het verleden een dominante rol hebben gespeeld in het onderzoek in de betreffende (archeo-)regio1, periode en/of specialisme. Het beschrijft tevens welke consequenties dat had voor de keuzes m.b.t. het object van studie en voor de gekozen methoden en technieken. In dit deel komen dus die wetenschapshistorische zaken aan bod die bepalend zijn geweest voor de huidige stand van onderzoek. In aansluiting op deze historische schets wordt een beeld gegeven van de huidige vraagstellingen en de organisatorische inbedding van het lopende onderzoek. Tot slot wordt aangeven - weer op thematisch niveau - in welke richting het onderzoek zich ontwikkelt of zou moeten ontwikkelen.
Ad 2 (Inter-)nationale onderzoeksthema’sIn het tweede deel wordt een onderbouwde keuze gepresenteerd van de belangrijkste (inter-)nationale onderzoeksthema’s en de wetenschappelijke potentie ervan. Deze keuzes zijn door de auteurs van het betreffende hoofdstuk gemaakt, in nauwe samenspraak met hun collega’s en meelezers. Zij zijn bedoeld een spraakmakende bijdrage te leveren aan het debat. Het gaat in deel 2 om een algemene bespreking van thema’s (een visie) die daarna in deel 3 op uitvoerend niveau verder uitgewerkt worden. De invulling van dit deel is sterk periode- en onderwerp-afhankelijk. Ad 3 Archeologische verschijningsvormenIn het derde deel worden de thema’s concreet uitgewerkt. Het betreft een beschrijving van archeologische fenomenen en een concrete vertaling van de in deel 2 geformuleerde thema’s naar de praktijk. Hier biedt de NOaA concrete aanknopingspunten voor onderzoek. Juist dit deel is dan ook een belangrijke inspiratiebron bij het opstellen van PvE’s en PvA’s. Daarom wordt in dit deel expliciet aangegeven waar de aandachtsgebieden liggen, wat de state of the art problemen zijn en wat de concrete vragen zijn in de zin van operationalisering. In dit laatste deel komen ook de beschikbare datasets en de lacunes aan bod. In principe is deel 3 in ieder hoofdstuk onderverdeeld in een aantal vaste onderwerpen (3.1 - 3.11):
|
| Noten |
|
|