<%
menufile="/content/menu/menu2.mnu"
Call ReadDisplayFile(menufile)
%>
NOaA-lezingen |
De RACM is weer gestart met een nieuwe serie lezingen in het kader van de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA). De NOaA-lezingen worden telkens op een donderdagochtend gehouden, tussen 10.00 en 13.00 uur, op de RACM locatie Amersfoort, Kerkstraat 1. De lezingen duren 45 minuten, waardoor er veel tijd is voor vragen en discussie. Data en onderwerpen (beide onder voorbehoud) kunt u in onderstaande lijst vinden. Wij zijn voor de lezingen altijd op zoek naar actuele ontwikkelingen in de archeologie en de presentatie van (ver)nieuw(end) onderzoek. Omdat de NOaA hoofdstukken niet constant worden bijgewerkt, zijn juist de lezingen een goed middel om aan te sluiten bij de 'agendapunten' uit de hoofdstukken.
Als u zelf een NOaA-lezing zou willen verzorgen, binnen één van onderstaande onderwerpen of daarbuiten, dan kunt u contact opnemen met Mw. M. (Margje) Vermeulen: m.vermeulen@racm.nl. Ook voor vragen, opmerkingen of aanmeldingen kunt u contact met haar opnemen.
NOaA-Lezingen en bijeenkomsten voorjaar 2009
Het programma van de NOaA-lezingen is iets gewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke programma. De lezingen van februari en maart zijn omgewisseld (!) en wat later op de ochtend gepland, zodat ook mensen van verder weg op tijd kunnen komen. Daarnaast wordt er in een extra ingelaste sessie een mogelijkheid geboden voor de bespreking van de Leidraad Proefsleuven, die digitaal ter inzage is op www.sikb.nl. Meer informatie kunt u binnenkort vinden via de website van de NOaA: www.noaa.nl en via de diverse aankondigingen.
Aanmelden voor de lezingen wordt aanbevolen, maar is niet noodzakelijk. |
|
NOaA-lezing 9 april 2009, Dorpskernarcheologie (10:00-12:30 uur)
In de wetenschapsbijlage van de NRC Handelsblad van 21 februari jl. luidt archeoloog S. Oskamp de noodklok voor wat betreft de archeologie in historische dorpskernen. Deze staat in toenemende mate onder druk in verband met vervanging van bestaande bebouwing en allerlei inbreidingsplannen. Binnen de huidige Maltawetgeving mogen gemeenten zelf bepalen vanaf welk oppervlak initiatiefnemers verplicht zijn tot het laten uitvoeren van archeologisch onderzoek. Veel gemeenten hanteren een vrijstellingsnorm van 100 m² of 200 m². Deze norm is voor de meeste historische dorpskernen niet geschikt, aangezien veel bouwaanvragen binnen deze norm blijven, waardoor plannen kunnen worden uitgevoerd zonder voorafgaand archeologisch onderzoek. Daar komt nog bij, dat daar waar wel vooronderzoek wordt uitgevoerd toch uiteindelijk tot vrijgave van de terreinen wordt besloten. Dorpskernen behoren door deze gang van zaken tot het werkterrein van schatgravers. De door hen geborgen archeologische vondsten tonen aan dat de vrijgave van de terreinen in veel gevallen onjuist was.
In de NOaA lezingen van donderdag 9 april wordt door de sprekers en P. Bitter (gemeente Alkmaar), P. Deunhouwer (gemeente Delft) en P. Kleij (gemeente Zaanstad) verder op deze problematiek ingegaan. Hierbij zal onder meer worden stil gestaan bij gemeentelijk beleid ten aanzien van dorpskernarcheologie, de archeologische potentie van deze kernen en de resultaten van uitgevoerd archeologisch onderzoek.
|
Programma
Let op: De ochtend zal een half uur eerder afgelopen zijn dan aangekondigd (het duurt tot 12:30 uur)!
- 10:00-10:05 uur, Inleiding: Rob van Eerden (Prov. Noord-Holland)
- 10:05-10:45 uur, Piet Kleij (gemeente Zaanstad)
- 10:45-11:05 uur, Peter Deunhouwer (gemeente Delft)
- 11:05-11:20 uur, Koffie/thee
- 11:20-12:00 uur, Peter Bitter (gemeente Alkmaar)
- 12:00-12:30 uur, Discussie o.l.v. Rob van Eerden (Prov. Noord-Holland)
Voor de lezingen en de discussie is gekozen voor de volgende stelling:
Het is van groot belang dat er op korte termijn op overheidsniveau beleid wordt ontwikkeld om de erosie van het bodemarchief in dorpskernen tegen te gaan, want als dit niet gebeurt, is de kans groot dat dorpskeren in bepaalde delen van ons land over enkele jaren volledig zijn leeggeroofd
|
|
NOaA12 maart 2009 van 10:00 tot 18:00
NOaA versie 1.0. Op naar de volgende versie! Ter ere van de afronding van de eerste versie van de NOaA, wordt er bij de RACM een bijeenkomst georganiseerd voor de gehele beroepsgroep. De eerste versie zal feestelijk worden afgerond, maar er wordt op deze dag vooral ook vooruit gekeken. In diverse lezingen wordt de NOaA in een internationaal en regionaal kader geplaatst. Daarnaast wordt er ook in gegaan op de bruikbaarheid en toepasbaarheid van de NOaA bij individuele archeologische onderzoeken. Ten slotte wordt aan de aanwezigen gevraagd om de huidige versie van de NOaA te evalueren en mee te denken over de bruikbaarheid en de toekomst van de NOaA.
|
Programma
-
9:45-10:15, Ontvangst met koffie en thee
-
10:15 - 10:20, Welkom (Jos Bazelmans, RACM/ voorzitter projectgroep NOaA)
-
10:20 - 11:30, De NOaA in perspectief gezet, deel 1: internationaal
- Research framework for the British Paleolithic. Hoe gaat men in Groot Brittanie te werk? (Paul Pettitt, Univ. Sheffield)
- De Vlaamse Onderzoeksbalans. Een kijkje bij de buren (Merleen Mertens, VIOE)
-
11:30 - 11:45, pauze
-
11:45 - 13:00, De NOaA in perspectief gezet, deel 2: regionaal en lokaal
- Provinciale
Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland (POAZ). Voorbeeld van een regionale onderzoeksagenda (Robert van Dierendonck, SCEZ)
- Evaluatie van de NOaA in de dagelijkse praktijk: PvE schrijven (Boudewijn Goudswaard, ArcheoLogic)
-
13:00 - 14:00, Lunch
- 14:00-14:15, Presentatie NOaA versie 1:0
- 14:15 -16:00 Discussie en interactief gedeelte (o.l.v. Jos Bazelmans)
- Discussie en evaluatie huidsige NOaA
- Toekomst van de NOaA
- 16:00-18:00 Borrel
|

huisplattegrond Ekkersrijt |
|
17 februari 2009, 13:30-16:30 (i.s.m. SIKB)
Extra ingelaste NOaA-lezing en voor bespreking van de KNA Leidraad Proefsleuvenonderzoek. |
Discussie en bespreking van de Leidraad Proefsleuven. Philip verhagen zal de Leidraad toelichten, waarna er alle ruimte wordt geboden voor discussie en kritiek op de voorliggende versie. Alle kritiek uit deze bijeenkomst kan nog verwerkt worden in de officiële versie.
De Leidraad Proefsleuven is via www.sikb.nl ter inzage. >> Meer informatie over het programma.
|
|
Om te komen tot een regionaal verklaringsmodel voor de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van Salland en de Achterhoek tussen 800 en 1800 AD is zowel op locale als regionale schaal gekeken naar de ontwikkeling van essentiële onderdelen van het nederzettingslandschap, zoals de nederzettingen, de landgoederen en buitenplaatsen en het proces van dorpsvorming. In deze bijdrage zal een eerste beeld worden geschetst van het regionale patroon dat uit deze studie naar voren is gekomen.
Stelling: Om de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van Oost-Nederland in al zijn verscheidenheid te ontrafelen is een bestudering van de locale diversiteit minstens zo belangrijk als een analyse van de regionale patronen. |
NOaA lezing 12 februari 2009,
Neolithisering
De overgang van mesolithicum naar neolithicum is één van de perioden waarover nog veel kennis kan worden vergaard. In de lezingen van vandaag staat juist deze periode centraal. Er wordt ingegaan op nederzettingspatronen en landschapsgebruik. Verschillende sites en periodes worden met elkaar vergeleken, zodat een macro-regionaal perspectief ontstaat. Daarnaast wordt ingezoomd op het gebied van Swifterbant, waar de bewonings -[geschiedenis op het micro-regionale niveau centraal staat.
Na de lezingen kan er gediscussieerd worden over het onderwerp. Een stelling hiervoor om alvast over na te denken:
In hoeverre zijn de mesolithische en neolithische intra- en intersite patronen in de ‘wetlands’ op te vatten als een ‘hogere resolutie’ van wat elders ook plaatsvond?
|
Programma
-
10:00 - 10:15 uur, Inleiding thematiek en sprekers
-
10:15 - 11:15 uur, Luc Amkreutz - ‘Natte voeten’. Laat-Meso en Neo site variabiliteit en landschapsgebruik vanuit een 'macro-regionaal' perspectief
-
11:15 - 11:30 uur, pauze
-
11:30 - 12.30 uur, Daan Raemakers – Swifterbant: tijd en ruimte in een micro-regio
-
12:30 - 13:00 uur, Discussie
|
‘Natte voeten’. Laat-Meso en Neo site variabiliteit en landschapsgebruik vanuit een 'macro-regionaal' perspectief (Luc Amkreutz, RMO Leiden)
Door de kwalitatief hoogwaardige Malta-onderzoeken van de afgelopen jaren beschikken we inmiddels over een omvangrijke schat aan informatie betreffende de overgang Mesolithicum-Neolithicum in de Delta van de Benedenrijnse laagvlakte. Sites zoals Hardinxveld, Hoge Vaart, Schipluiden en recentelijk Ypenburg hebben ons beeld van deze periode zeker bijgesteld, maar roepen ook nieuwe vragen op. Deze vragen richten zich niet enkel op het verloop van het Neolithisatieproces, maar vooral ook op onderwerpen zoals nederzettingssystemen en landschapsgebruik. Een eerste thema dat daarbij aangehaald kan worden zijn de contrasten tussen upland- en wetland vindplaatsen. Hoe is een verschil in kwaliteit te karakteriseren en hoe kunnen we daarmee omgaan? Op het gebied van nederzettingssystemen en landschapsgebruik biedt een analyse van overeenkomsten en contrasten betreffende Laatmesolithische vindplaatsen interessante parallellen, maar vooral ook contrasten. Deze dienen tenslotte weer tot een herinterpretatie van nederzettingspatronen en landschapsgebruik ten tijde van de Neolithisatie in de delta. Hoe bijzonder en hoe ‘eigen’ zijn de ontwikkelingen die we hier zien?
|

Reconstructietekening door Kelvin Wilson
|
Swifterbant: tijd en ruimte in een micro-regio (Daan Raemakers, GIA)
Al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heeft er archeologisch onderzoek plaatsgevonden in het Swifterbant-gebied. Zonder uitzondering vond het onderzoek plaats op vindplaatsen: landschapselementen gekenmerkt door de relatief hoge dichtheid aan archeologische resten.
Sinds 2004 voert het Groninger Instituut voor Archeologie opnieuw veldonderzoek uit in het gebied waarbij de samenhang in tijd en ruimte van de archeologische resten voor het eerst een centraal thema is. Daarbij wordt het voor het eerst mogelijk de bewoningsgeschiedenis van de Swifterbant-regio te construeren. In de lezing staat deze bewoningsgeschiedenis centraal waarbij 3 thema's worden uitgelicht: ten eerste de relatie tussen landschapsontwikkeling en bewoningsgeschiedenis (van mesolithicum tot klokbekercultuur), ten tweede het gebruik van het landschap buiten de nederzetting en ten slotte intersitevariabiliteit van de oevervindplaatsen.
|
|
|
NOaA lezing 11 december 2008
Fysisch-geografisch onderzoek van rivieren en de bewoningsdynamiek in hun omgeving
Een groot deel van Nederland is een delta-gebied, met als gevolg dat de bewoning in het gebied zich lange tijd heeft moeten aanpassen aan de grillen van rivieren en het landschap dat door hen gevormd werd. De laatste jaren is meer bekend geworden over de Nederlandse rivieren, het landschap en de bewoning in de nabijheid van de rivier. In de NOaA-lezingen van 11 december wordt ingegaan op zowel de fysisch-geografische als recente archeologische ontdekkingen. |
Programma
- 09.30 – 10.15 uur, Henk Weerts – Inleiding op het thema: Het landschap van de Donau-delta
- 10.15 – 11.00 uur, Wilko van Zijjverden – Fysisch-geografisch onderzoek tussen het IJsseldal en de Hattemse stuwwal
- 11.00 – 11.15 uur, Pauze
- 11.15 – 12.00 uur, Sebastiaan Knippenberg - Prehistorische bewoningsdynamiek tussen het IJsseldal en de Hattemse stuwwal
- 12.00 – 12.30 uur, Discussie
|
Archeologie, bouwhistorie én het historische cultuurlandschap
(opgraving Olthof-noord, foto Archeologie Deventer).
|
Terug naar Ad’s eilandenrijk, Interdisciplinair onderzoek naar de landschapsgeschiedenis van Oost-Nederland (Roy van Beek, RACM) |
Wageningen Universiteit en de RACM voeren sinds 2004 een interdisciplinair onderzoek uit naar de landschaps- en bewoningsgeschiedenis van Oost-Nederland. Hoewel het gebied tot dusver weinig wetenschappelijke aandacht heeft gekregen, is het mogelijk door geïntegreerd onderzoek een vernieuwend beeld te schetsen van de lange-termijn-ontwikkelingen in dit landschappelijk gevarieerde gebied. Een grensgebied ook, al millennia. En, wat archeologische verschijnselen betreft, zijn er meer uitzonderingen dan regels.
Stelling: Variatie is het belangrijkste kenmerk van het huidige én voormalige cultuurlandschap van Oost-Nederland.
|
|
Slicher van Bath voorbij! Een interdisciplinaire reconstructie van de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van Salland en de Achterhoek vanuit een locaal perspectief.
(Luuk Keunen, Wageningen Universiteit) |
Om te komen tot een regionaal verklaringsmodel voor de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van Salland en de Achterhoek tussen 800 en 1800 AD is zowel op locale als regionale schaal gekeken naar de ontwikkeling van essentiële onderdelen van het nederzettingslandschap, zoals de nederzettingen, de landgoederen en buitenplaatsen en het proces van dorpsvorming. In deze bijdrage zal een eerste beeld worden geschetst van het regionale patroon dat uit deze studie naar voren is gekomen.
Stelling: Om de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van Oost-Nederland in al zijn verscheidenheid te ontrafelen is een bestudering van de locale diversiteit minstens zo belangrijk als een analyse van de regionale patronen. |
 |
 |
|