NOaA hst 1 Inleiding

 

            home       hoofdstukken       archeoregio's       periodes       thema's             links
lezingen       contact       vlag       

 

1.5 Korte geschiedenis van de NOaA

In januari 2001 werden de eerste ideeën over een Archeologische Onderzoeksagenda gepresenteerd tijdens het jaarlijkse Symposium Archeologie & Theorie aan de Universiteit van Leiden, waarna een eerste publicatie in de Archeobrief volgde.13 Korte tijd later werd door de ROB en de onderzoeksschool archeologie ARCHON het initiatief genomen tot de realisatie van een dergelijke onderzoeksagenda.14 Vanaf die tijd is een projectgroep - bestaande uit enkele ROB-ers en ARCHON-leden - aan de slag gegaan met het formuleren van een heldere doelstelling, de te volgen route en het opstellen van een (inhoudelijk) format. Deze projectgroep werd in 2002 uitgebreid met vertegenwoordigers van de gemeentelijke archeologen (CGA) en het archeologische bedrijfsleven (VOiA).15

Vanaf het begin was er overeenstemming over het belang en de potentie van een archeologische onderzoeksagenda; de NOaA zou zich vooral moeten richten op het stimuleren van samenwerking tussen onderzoekers met verschillende achtergronden en geledingen uit het archeologisch bestel. Verder moest de agenda voldoende draagvlak hebben bij de verschillende instellingen die betrokken zijn bij de uitvoering van archeologisch onderzoek en erfgoedzorg (met name universiteiten, ROB, gemeentelijke archeologen, provinciaal archeologen en archeologische bedrijven) en vooral geen dwingend, voorschrijvend karakter hebben, dus ruimte en inspiratie bieden aan individuele onderzoekers, zowel in de academische wereld als binnen de archeologische bedrijven. Aanvankelijk werd een beperkte NOaA nagestreefd.

Begin 2003 zijn auteurs voor de verschillende NOaA-hoofdstukken aangezocht. Bij aanvang (2002) waren zo’n 60 mensen bij de NOaA betrokken, in 2005 waren dat er 170.16 Tijdens een aantal plenaire bijeenkomsten (van projectgroep en auteurs) werden de doelen aangescherpt en de opzet bijgesteld. In de zomer van 2003 zijn de ongeveer 75 auteurs, deskundigen op diverse terreinen, met hun werk begonnen. De opeenvolgende conceptteksten zijn steeds onderling besproken en voorgelegd aan ruim 90 kritische ’meelezers’. Hiermee is ongeveer eenvijfde van de Nederlandse archeologen actief bij de totstandkoming van de NOaA betrokken geweest.

Presentatie NOaA

Op 6 juni 2006 werdl de onderzoeksagenda op een feestelijke wijze aangeboden worden aan de Directeur Geesteswetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), mw. Annemarie Bos.

 

Wnd directeur Jan van de Voorde (ROB/ RDMZ) overhandigt de NOaA publicatie aan Annemarie Bos (NWO) Muuk ter Schegget (coördinator NOaA) met het eerste en enige gedrukte NOaA exemplaar

 

klik hier voor de toespraak uitgesproken door J. van de Voorde (wnd directeur van de ROB /RDMZ) bij de publicatie van de NOaA website.

Terug    |       Inhoud       |    Verder



 Noten

[13] Harry Fokkens, Bert Groenewoudt, Erik Jungerius 2001: Naar een onderzoeksagenda voor de Nederlandse archeologie. Archeobrief18.

[14] De NOaA is ingekaderd in het ARCHON/NWO-programma ‘Oogst van Malta’.

[15] De provinciaal archeologen hebben geen zitting genomen in de NOaA-projectgroep


[16] Onder andere archeologen, historici, ingenieurs, biologen, natuurkundigen, geologen, fysisch en historisch geografen. Auteurs en meelezers zijn afkomstig van de Nederlandse universiteiten, overheden en instellingen, waaronder gemeentelijk- en provinciaal archeologen, ROB, musea, ICN, RIZA, TNO en archeologische bedrijven.